Deel:  

Effecten van de ruggenprik

Hoewel er zeer veel studies zijn gedaan naar het effect van de epiduraal (ruggenprik) op het verloop van de bevalling, zijn er maar weinig studies die betrouwbare informatie opleveren. Het is ook heel moeilijk om betrouwbaar onderzoek naar dit onderwerp te doen.
Betrouwbaar onderzoek zou bijvoorbeeld blind gedaan moeten worden. Dat wil zeggen dat zowel de patiënt als de arts niet moeten weten wie wel/niet medicatie heeft gekregen. Bij de epiduraal is dit onmogelijk, zowel de arts als de patiënt weten immers wie er wel of niet een epiduraal heeft gekregen. Het feit dat beiden dit weten kan al van invloed zijn op het handelen.
Een arts die weet dat de barende volledig verdoofd is zal wellicht sneller naar de vacuümpomp grijpen dan een arts die weet dat de vacuüm extra pijnlijk is voor de patiënt. Toch zijn er enkele onderzoeken die, hoewel niet blind, redelijk tot goed betrouwbaar zijn. Deze onderzoeken laten de volgende gevolgen zien op het verloop en de uitkomst van de bevalling:

Verlengde ontsluitingsduur: vooral bij een vroeg gegeven epiduraal (minder dan 4 centimeter ontsluiting) lijkt de duur van de ontsluiting langer te zijn dan bij een bevalling zonder epiduraal.
Dit gevolg wordt door een aantal factoren veroorzaakt;
1) door alle slangen en dergelijke, zal je meer op bed liggen na een epiduraal. Ook zijn je benen toch wat slap en kun je dus minder makkelijk staan. Bekend is dat de weeën afnemen als je op je rug ligt, probeer dus van houding te wisselen, ga bij voorkeur iets rechtop zitten of lig op je zij.
2) Pijnbestrijding heeft een remmende werking op het niveau van endorfines. Endorfines (lichaamseigen pijnstillers) stijgen naarmate je meer pijn voelt. Door de daling van de endorfines, daalt ook je prostaglandinespiegel. Prostaglandines zorgen ervoor dat de weeën krachtiger worden. Doordat je weeën afzwakken moet er vaker een infuus met wee-opwekkende middelen worden gegeven bij een epiduraal. De wee-opwekkende middelen kunnen weer voor een weeënstorm zorgen. Niet alle baby’s kunnen een weeënstorm goed verdragen zodat de hartslag van de baby kan dalen, als gevolg hiervan moet er een spoedkeizersnede worden uitgevoerd.

Stijging van het aantal kunstverlossingen (inclusief keizersnede): De meningen over het al dan stijgen van het aantal kunstverlossing zijn sterk verdeeld. Zoals al eerder aangegeven is het zeer moeilijk om goed onderzoek te doen naar de gevolgen van de epiduraal op de uitkomst van de bevalling.
Toch lijken goede onderzoeken aan te geven dat het aantal kunstverlossingen (vacuüm en tang) stijgen ten gevolge van de epiduraal. Deze stijging is deels te verklaren door de verdoving.
Hoewel je nog wel kunt persen, heb je vaak geen persdrang en moet je dus alles op eigen kracht doen. Het persen is al moeilijk genoeg als je wel persdrang hebt, zeker bij een eerste kindje.
Als je moet persen zonder persdrang is het vaak heel moeilijk om de juiste richting te vinden waar je heen moet persen en voldoende kracht te verzamelen. De persweeën helpen je immers niet mee.
Daarnaast zijn de weeën vaak minder krachtig, hierdoor wordt de baby ook minder gedwongen om zijn inwendige spildraai te voltooien. Met als gevolg dat het hoofdje niet in de ideale positie in het bekken ligt.
Dit zorgt ervoor dat het hoofdje meer ruimte nodig heeft en hierdoor wordt het nog moeilijker om het hoofdje naar beneden te persen.

Zowel het feit dat je minder/geen persdrang voelt als het feit dat de inwendige spildraai soms niet wordt voltooid zorgen ervoor dat het aantal kunstverlossingen bij gebruik van een ruggenprik toeneemt. Als de baby voldoende is ingedaald dan is het mogelijk om de baby geboren te laten worden met behulp van een vacuümpomp of verlostang (hoewel de tang steeds minder gebruikt wordt omdat deze meer schade lijkt toe te brengen aan de bekkenbodem). Is het hoofdje van de baby nog niet voldoende ingedaald dan zal er niets anders opzitten dan een keizersnede. Studies tonen aan dat de kans dat je een keizersnede krijgt na een ruggenprik met factor 2 tot 3 stijgt.

 


Gerelateerde artikelen

Als je van tevoren weet dat je een ruggenprik wilt, hoe regel je dat?

Hoewel het in Nederland niet gebruikelijk is om van tevoren afspraken te maken over het toedienen van epiduraal anesthesie, is het wel mogelijk. Vooral als je bijvoorbeeld je eerste bevalling als zeer traumatisch hebt ervaren kan het zinvol zijn om vóór de volgende bevalling afspraken te maken. Sinds begin 2009 is er een nieuwe richtlijn […]

meer lezen ...
Kun je in Nederland altijd een ruggenprik krijgen

In Nederland is het niet gebruikelijk om standaard een ruggenprik te geven. Maar op eigen verzoek, of op medische indicatie, kan een ruggenprik in bijna ieder ziekenhuis dag en nacht gegeven worden. De ruggenprik moet gegeven worden door een anesthesist. Sinds begin 2009 is er een nieuwe richtlijn ten aanzien van pijnbestrijding bij de bevalling. […]

meer lezen ...
Bijwerkingen van de ruggenprik

Bloeddrukdaling: Een sterke daling van de bloeddruk is de meest voorkomende bijwerking van de ruggenprik. De bloeddrukdaling wordt veroorzaakt door de vaatverwijding in het verdoofde onderlichaam. Gevolgen van de bloeddrukdaling kunnen zijn: flauwvallen, lage ademhaling, vertraagde hartslag, verminderde doorbloeding van de niet vitale organen en dus ook van de baarmoeder. Door de verminderde doorbloeding van […]

meer lezen ...
Hoe wordt een ruggenprik toegediend?

Er zijn twee vormen van de ruggenprik, de spinale anesthesie of de epidurale anesthesie. Tijdens de bevalling wordt er bijna altijd gekozen voor de epidurale anesthesie, dit omdat bij de spinale anesthesie het onderlichaam volledig verdoofd is en je de been- en bekkenspieren niet meer kunt gebruiken. Bij een spinale anesthesie zou je dus niet […]

meer lezen ...