Deel:  

Rhesus en antistoffen in bloed

Naast je bloedgroep A, B, AB of O hebt, ben je rhesus positief(+) of negatief(-).
84% van de Nederlandse bevolking is Rh +  en behoeft verder geen onderzoek.
Maar als je Rh – bent dan moet er in de loop van de zwangerschap nog een keer bloed worden afgenomen. 
Ik zal proberen deze ingewikkelde materie duidelijk te maken.
Iemand die Rh- is gaat, als haar bloed in contact komt met Rh+ bloed, antistoffen maken tegen het Rh+ bloed. Dit is een normaal beschermingmechanisme van het lichaam, als het in contact komt met vreemde stoffen zal het proberen die stoffen weg te werken. De belangrijkste rhesus bloedgroepen bij D en c. Iemand die Rh D of c negatief is, heeft een wat hoger risico om antistoffen te maken tegen Rh + bloed, daarom worden zwangeren die Rh D of c negatief zijn extra gecontroleerd, zoals je hieronder zult lezen.

Je kunt het je het beste voorstellen als een soort PacMan (computerspelletje). De pacman komt in de bloedbaan iets tegen wat er niet in hoort (Rh+ cellen) en gaat als een gek aan het werk om al die vreemde cellen op te eten. Om dit zo vlug mogelijk te doen worden er allemaal nieuwe Pacmannen gemaakt die met z’n allen proberen zo snel mogelijk die vreemde cellen op te eten.

Normaal gesproken komt je bloed niet in aanraking met Rh+ cellen, (bij een bloedtransfusie wordt alleen Rh- bloed gegeven aan iemand die Rh- is) Ook in de zwangerschap is er normaal gesproken geen contact tussen moederlijk- en het kinderlijk bloed. Deze bloedstromen worden van elkaar gescheiden door een vlies in de placenta wat in principe niet doordringbaar is voor bloedcellen. Pas bij de bevalling kan er contact ontstaan tussen het bloed van moeder en kind. Toch blijkt het bij 3,5% van de vrouwen te kunnen gebeuren dat hun bloed tijdens de zwangerschap in contact komt met het bloed van de foetus. Als de moeder Rh- en de baby Rh+, dan zou de moeder antistoffen geen maken tegen het Rh+ bloed. Deze antistoffen kunnen de placenta passeren en zo bij de baby terecht komen. Als de antistoffen bij de baby komen dan gaan ze het bloed van de baby afbreken. De antistoffen zijn er immers voor gemaakt om Rh+  te vernietigen. Het gevolg zou zijn dat de baby een verhoogde bloedafbraak krijgt met als gevolg bloedarmoede bij de baby, vochtophoping door het hele lijfje en in het ergste geval het overlijden in de baarmoeder. 
Uit onderzoek weten we dat het contact tussen het bloed van de moeder en het bloed van het kind in ongeveer 3,5% spontaan voorkomt, maar bijna nooit voor de 30e week van de zwangerschap. Daarom wordt bij zwangere vrouwen die Rh D of c negatief zijn in de 27e week nogmaals het bloed onderzocht om te kijken of er antistoffen aantoonbaar zijn. Naast onderzoek naar antistoffen wordt er ook onderzocht wat de Rh factor van de baby is. Dit kan omdat in moederlijk bloed een klein beetje erfelijk materiaal van de baby zit. Uit dit DNA (erfelijk materiaal) wordt bepaald wat de bloedgroep van de baby is.
Als de baby Rh D postief is dan krijgt moeder een prik in haar bovenbeen of bil met het medicijn antiRhD-immunoprofylaxe (anti D). Dit medicijn zorgt ervoor dat er geen antistoffen gemaakt worden in de rest van de zwangerschap mocht het moederlijk bloed in contact komen met het bloed van de baby. 
Bij een trauma in de buik (bv, schoppen of stompen in de buik of een auto ongeluk) vóór de 30e week van de zwangerschap is het belangrijk om bij vrouwen die Rh-. Anti D te geven. Het kan bij een trauma namelijk voorkomen dat er contact ontstaat tussen het bloed van de moeder en het bloed van het kind. De anti D zorgt er dan voor dat er geen antistoffen gemaakt worden.

Wat betekent dit in de praktijk:
Als blijkt dat je Rh- bent dan wordt bij 27 weken zwangerschap nogmaals bloed afgenomen om te kijken of je geen antistoffen (pacmannen) maakt en wat de rhesus bloedgroep van je baby is. Is je baby Rhesus D +, dan krijg je in week 30 een spuit met AntiD, dit is het medicijn wat voorkomt dat je later antistoffen gaat maken.
Na de bevalling krijgt een moeder, binnen 24 uur na de bevalling, wiens kind Rh D + is nog een prink met AnitD. Dit om te voorkomen dat ze alsnog antistoffen gaat maken die voor een volgende zwangerschap voor problemen kunnen zorgen.

 Meer informatie over dit onderwerp vind je bij het RIVM