Heupafwijking

Heupafwijkingen komen voor bij ongeveer 1 op de 300 kinderen, vaker bij meisjes dan bij jongens. Bij een heupafwijking is de kom van het heupgewricht onvoldoende ontwikkeld waardoor de kop niet goed in de kom valt. De twee meest voorkomende heupafwijkingen bij baby’s zijn: heupdysplasie en heupluxatie. Bij heupdysplasie valt de heupkom niet goed over de kop van het heupgewricht en bij een heupluxatie lig de kop van het heupgewricht uit de kom. In beide gevallen zal de heup niet goed werken. Als een heupafwijking niet behandeld wordt zal de heup snel verslijten wat op den duur moeilijkheden en pijn geeft bij het lopen.

Oorzaken
Een heupafwijking kan tijdens de zwangerschap ontstaan, in de zuigelingenleeftijd of op kinderleeftijd. De oorzaak van heupdysplasie is niet bekend, wel weten we dat het vaker voorkomt bij kinderen die in het laatste trimester van de zwangerschap in stuit hebben gelegen.Verder komen heupafwijkingen in bepaalde families meer voor dan in andere families. Ook als een baby andere aangeboren afwijkingen (bijvoorbeeld klompvoetjes, open ruggetje) heeft, is de kans op een heupafwijking groter. 

Heup onderzoek op het CB 
Vlak na de geboorte kijkt de verloskundige je baby van top tot teen na. Zij zal ook de heupjes controleren, door onder andere te kijken of de beentjes soepel naar buiten kunnen buigen, of ze even lang zijn en of de bilplooitjes symmetrisch zijn. Als de verloskundige vermoedt dat er iets niet goed is aan de heupjes zal ze jullie en de huisarts hierover informeren. De huisarts neemt de zorg van de baby dan over en zal zelf ook een heuponderzoek doen en zonodig verwijzen naar een kinderarts.

Daarnaast wordt er op het CB  door de arts in het eerste half jaar steeds een heuponderzoek gedaan. De arts kijkt ook of de beentjes even soepel naar buiten kunnen buigen, of ze even lang zijn en of de plooitjes symmetrisch zijn. Heupafwijkingen worden op die manier vaak ontdekt op het consultatiebureau. Een dubbelzijdige heupafwijking is met het heuponderzoek moeilijk te ontdekken omdat de beentjes dan symmetyrisch zullen zijn. 

Aanvullend onderzoek
Als er getwijfeld wordt of als er sprake is van een heupafwijking zal de arts verwijzen voor beeldvormend onderzoek. Meestal wordt een echo van de heupjes gemakt in plaats van een röntgenfoto. Een echo heeft meerwaarde boven een röntgenfoto omdat hiermee ook de spieren en banden beoordeeld kunnen worden en het geen stralenbelasting geeft.
Een echo kan het beste pas na de drie maanden gemaakt worden. Voor die tijd bestaat de heup van baby’s namelijk nog grotendeels uit kraakbeen en is de heup nog in ontwikkeling. Na drie maanden is de heup voldoende verbeend om hem goed te kunnen beoordelen. Bij verdenking op ernstige afwijkingen kan het zijn dat er al eerder een echo gemaakt wordt. 

Behandeling
Van de kinderen met een luxeerbare heup herstelt 80-90% spontaan zonder behandeling. Bij kinderen waarbij de heup voortdurend uit de kom ligt, kunnen er echter blijvende afwijkingen ontstaan. Bij die kinderen is het belangrijk op tijd te behandelen. Als er op tijd behandeld wordt, herstelt de afwijking meestal volledig. 

De behandeling van heupafwijkingen start pas vanaf drie maanden omdat men de kans op natuurlijk herstel eerst afwacht. De behandeling bestaat uit het spreiden en gespreid houden van de beentjes. Het doel van de behandeling is om de heupkop mooi centraal in de kom te plaatsen. Hierdoor kan het heupgewricht zich alsnog in goede stand ontwikkelen. 

Er zijn verschillende methoden om de benen te spreiden. De beentjes kunnen gespreid worden met bandages (Pavlik bandages), spreidbeugeltjes of gipsbroekjes. Afhankelijk van de ernst van de afwijking wordt voor de juiste methode gekozen. Als de afwijking vroeg wordt ontdekt en behandeld is gemiddeld een periode van vier tot zes maanden in spreidstand houden van de benen voldoende. Als de afwijking na zes maanden wordt ontdekt duurt de behandeling vaak langer. Het dragen van een spreidmiddel is pijnloos voor de baby. De meeste baby’s kunnen er ook gewoon mee zitten en voortbewegen. Het spreidmiddel moet dag en nacht gedragen worden en mag alleen worden verwijderd tijdens het verschonen en als de baby in bad gaat. 

Als de heupafwijkingen laat ontdekt wordt of het spreiden van de beentje geen resultaat heeft gegeven, is het noodzakelijk de heupen operatief te herstellen. 

Bronnen: 
“Pluis of niet Pluis?”, Douwes-Visser, 1998
Richtlijn signaleren dysplastische heupontwikkeling, april 2008

Als een heupafwijking niet behandeld wordt zal de heup snel verslijten wat op den duur moeilijkheden en pijn geeft bij het lopen.

Minimaal 3 tekens

Jouw Tools Wijzers en Gidsen