Schisis

Een gehemelte- of lipspleet is een aangeboren afwijking bij baby’s waarbij het gehemelte en/of de kaak en/of de lippen niet helemaal gesloten zijn, maar er een spleet bestaat. De medische term voor deze afwijking is schisis. Ongeveer 1 à 2 op de 100 baby’s heeft een schisis. Schisis ontstaat door een combinatie van erfelijke factoren en stoornissen van buitenaf. Al vroeg in de zwangerschap ( tussen de 5e en 10e week) ontstaat de gehemelte of lipspleet. 

Verschillende soorten schisis
Er zijn verschillende vormen van de gehemelte- en- lipspleet. Soms is alleen de lip gespleten en verder alles intact (cheilo-schisis). Ook kan alleen het gehemelte gespleten zijn en de lip intact (Palato-schisis), of de lip en de kaak gespleten (cheilo-gnato-schisis). Vaker komt het voor dat zowel de lip als het gehemelte niet goed gesloten zijn (cheilo-palato-schisis). Een enkele keer is de lipspleet zo ver dat ook de neus en de bovenkaak gespleten zijn (cheilo-gnato-palato schisis). 

Gevolgen van een schisis
Bij kinderen met een lipspleet of een lip-kaakspleet doen zich wat betreft zuigen en slikken meestal geen moeilijkheden voor. Zodat borstvoeding vaak wel mogelijk is en flesvoeding meestal weinig problemen geeft. Als er ook sprake is van een gehemelte spleet kunnen er zich wél problemen voordoen bij het zuigen en slikken. Een baby met een gehemelte spleet kan geen vacuüm zuigen waardoor borstvoeding meestal niet mogelijk is. Met behulp van een speciale speen is flesvoeding wel mogelijk. Sondevoeding is meestal niet nodig. 

Kinderen met een schisis hebben op latere leeftijd vaak problemen met de stand van hun gebit. Voor de behandeling van die problemen is het belangrijk dat het gebit in optimaal staat is. Daarom is het voor schisis kinderen extra van belang om het gebit goed te verzorgen en weinig zoetigheid te gebruiken.

Een schisis kan ook invloed hebben op de ontwikkeling van de taal en de spraak. Kinderen met alleen een lipspleet hebben doorgaans geen spraak-taalproblemen. Maar als er ook een gehemelte spleet is kan dat de verstaanbaarheid van het kind nadelig beïnvloeden. Bovendien heeft een grote groep kinderen met schisis in meer of mindere mate last van een verminderd gehoor. Doordat deze kinderen niet goed horen is het moeilijker om de taal van de omgeving op te pikken en zelf goed te gaan praten. Gelukkig verdwijnen de gehoorproblemen weer wanneer de spleet opgeheven is. Een logopedist kan de taal- en spraakontwikkeling van een kind met schisis goed begeleiden. 

Een kind met een schisis moet vaak naar het ziekenhuis en zal meerder malen een operatie ondergaan. Dat is voor zowel het kind als de ouders aangrijpend en zal in meer of mindere mate invloed hebben op het dagelijks leven.

Begeleiding van een kind met schisis
Als de baby met schisis geboren wordt hoeft hij niet direct naar het ziekenhuis, wel wordt geadviseerd om de volgende dag een afspraak te maken met de kinderarts. Door het hele land zijn zogenaamde schisisteams samengesteld van kinderarts, plastisch chirurg, orthodontist logopedist en maatschappelijk werker die gezamenlijk ouders en kind begeleiden. Tijdens het eerste consult zullen er vooral adviezen gegeven worden over de verzorging van de baby en uitleg gegeven over wat er allemaal moet gebeuren om de spleet te dichten. De baby mag normaal gesproken weer mee naar huis. Vaak is het mogelijk om thuis extra begeleiding te krijgen van een verpleegkundige van het schisis team.

Bron: Schisis, Nederlandse vereniging voor schisis en craniofaciale afwijkingen, 1991

Ongeveer 1 à 2 op de 100 baby’s heeft een schisis. Schisis ontstaat door een combinatie van erfelijke factoren en stoornissen van buitenaf.

Minimaal 3 tekens

Jouw Tools Wijzers en Gidsen