Voeding baby; Vier tot zes maanden oud

Begin niet te vroeg, maar zeker ook niet te laat met het eerste hapje te geven aan je baby!

Ieder kind is uniek en heeft zijn eigen tempo. Het eerste hapje is pas echt nodig als jouw kindje zes maanden is.

De volgende signalen kunnen erop duiden dat jouw kindje toe is aan vaste voeding:

  • Hij kan rechtop zitten
  • Hij kan dingen oppakken en gericht in zijn mond stoppen
  • Hij wil drinken (terwijl hij niet ziek is of last heeft van tandjes die doorkomen)
  • Hij maakt smakgeluidjes en hapbewegingen
  • Hij heeft veel interesse in wat jij eet
  • De kokhalsreflex is afgenomen. Bij jonge baby’s bevindt de kokhalsreflex zich voor in de mond. Op het moment dat er vaste voeding in zijn mondje wordt gestopt reageert hij door dit eruit te duwen in plaats van het door te slikken. Later neemt de kokhalsreflex af, en slikt hij vastere voeding gemakkelijker door. Duwt jouw kindje de voeding naar buiten, slikt hij de voeding nog niet gemakkelijk door en is hij nog geen zes maanden? Wacht dan nog met het aanbieden van vastere voeding en probeer het na een paar weken opnieuw.

Geeft jouw kindje signalen dat hij toe is aan vastere voeding? Lees het artikel Het eerste hapje en begin met fruit en groenten

Begin niet te vroeg, maar ook niet te laat

Begin niet te vroeg (vóór vier maanden)
Borst- of flesvoeding is wat betreft voedingsstoffen volwaardig totdat je baby zes maanden oud is.

Je kunt om andere redenen (zie onder) wel eerder met bijvoeding beginnen, maar start niet voordat jouw baby vier maanden oud is. Babydarmpjes zijn namelijk pas na vier maanden voldoende ontwikkeld om andere voeding goed te kunnen verteren. Als je alleen borstvoeding geeft, wordt meestal geadviseerd om pas rond de zes maanden met bijvoeding te beginnen. Als een baby namelijk ook bijvoeding krijgt, drinkt hij minder moedermelk, waardoor de moedermelkproductie terug kan lopen. Door de combinatie met bijvoeding profiteert jouw kindje ook niet van álle voordelen die borstvoeding hem biedt.

Begin niet te laat (na zes maanden)
Als jouw kindje zes maanden is, heeft hij wel bijvoeding nodig.

Behalve dat het leuk is om je kindje bijvoeding te geven, is het ook belangrijk omdat sommige voedingsstoffen, zoals ijzer, dan aangevuld moeten worden. Bovendien is het belangrijk dat hij nieuwe smaken leert kennen en zo leert genieten van eten. Zijn mond en tong moeten bij vastere voeding heel andere spierbewegingen maken. Bijvoeding is daarom ook heel goed voor de ontwikkeling van de mond motoriek.

Voorkomen van allergie bij baby’s

Als jouw baby allergisch is, of als er allergieën in de familie voorkomen, dan werd eerder geadviseerd om met bijvoeding te wachten tot de baby zes maanden is. Inmiddels weten we dat het juist bij deze kinderen van belang is om op tijd te starten met bijvoeding. Door het imuun systeem te prikkelen met verschillende voedingsstoffen kan er gewenning (tolerantie) optreden.

Uit onderzoek blijkt dat kinderen met een hoger risico op een noten- of pinda-allergie, later minder vaak een allergie ontwikkelen als ze al jong noten en pinda’s krijgen. Hetzelfde geldt voor eieren.

Maar ook voor baby’s die geen verhoogd risico hebben op een voedsel allergie is het advies om ze vanaf 4 maanden regelmatig bloot te stellen aan bekende allergenen als pinda’s, noten en eieren.

Start vanaf 4 maanden met het geven van kleine beetjes pinda aan je baby. Doe dit door te starten met het toevoegen van een mespuntje, liefst ongezoete, pindakaas aan bijvoorbeeld het fruithapje. Als dit geen probleem oplevert geef je steeds een klein beetje meer tot je uiteindelijk 3 theelepels pindakaas per week aan je baby geeft.
Pas als je weet dat de pinda’s geen probleem zijn ga je notenpasta introduceren op dezelfde manier als je eerder pindakaas hebt gedaan.

Als beiden geen problemen opleveren start je met het geven van een heel klein stukje ei. Na een paar dagen geef je een iets groter stukje tot je een heel ei per week geeft aan je baby.

Geeft je kind tekenen van voedsel overgevoeligheid,  overgeven, diarree, verstopping, eczeem, darmkrampen, veel huilen en onrust en niet willen eten of drinken, nadat je een nieuw voedingsmiddel hebt geïntroduceerd, stop dan met het geven van deze voeding en overleg met je huisarts of er nader onderzoek nodig is.

Bedenk dat de tekenen van voedsel overgevoeligheid ook voorkomen zonder dat er sprake is van allergie, bijvoorbeeld na een inenting, als je kind gewoon een dagje niet lekker is of tanden krijgt bijvoorbeeld.

 

 

Minimaal 3 tekens

Jouw Tools Wijzers en Gidsen