Draagdoek; veilig en ergonomisch verantwoord

Waarom ergonomisch dragen?

Stel je je hebt negen maanden op zee rondgedobberd in een kleine rubber bootje. De spieren die je normaal gebruikt om te zitten en te lopen, zijn helemaal geslonken, de kracht is eruit. Je hebt immers in je bootje geen enkele work-out kunnen doen. Je komt eindelijk aan land. Iedereen wil alles van je weten. Op de persconferentie en krijg je de keuze: Wil je zitten op een kappers zadelkruk of op een eames kuipstoeltje?

Je bent moe, je voelt je slap er zijn zoveel mensen om je heen, je brein heeft heel wat prikkels te verwerken. Voor welke kies je? Dikke kans dat je kiest voor het kuipstoeltje. Terwijl je eigenlijk een bed wil hebben, met heel veel kussens die je steunen, waarin je een beetje rechtop kan zitten en om je te laten omringen door familie en vrienden.

Baby’s hebben zich gedurende de zwangerschap ook negen maanden alleen in water bevonden. Hun spieren, pezen en evenwichtsgevoel moeten ze nog (verder) ontwikkelen. Dit doen ze na geboorte in kleine stapjes; spelen met je handen, spelen met je voetjes en langzaam worden die spieren sterker en komen ze tot zelfstandig zitten. Voor die tijd vraagt het lichaam veel ondersteuning. Terug naar het voorbeeld een kuipstoeltje ondersteunt jou benen tot in je knieholtes, een kapperskruk niet. Een kuipstoeltje steunt jouw rug een kapperskruk niet. Dat verschil voelt de baby ook, als hij “goed” gedragen wordt.
In dit artikel over draagdoek of draagzak kon je al lezen over de basics van dragen en hoe je een kikkerhouding verkrijgt.

Hier nog een mooi geheugensteuntje om goed te D.R.A.G.E.N:

  • Doek of drager aangespannen
  • Rechtop en rug ondersteund
  • Ademwegen vrij, kin van de borst
  • Gespreide hurkzit
  • Een kind nooit los op de rug
  • Nabij genoeg om te kussen

Wanneer je een pasgeboren baby oppakt, zie je dat hij zijn benen licht gespreid optrekt, de zogenaamde gespreide
hurkzit. Dit is zijn natuurlijke houding, een overblijfsel van het opgerold in de buik zitten. Het ruggetje is daarbij ook altijd een half bolletje. Dit is omdat de mooie S bocht die onze “volwassen wervelkolom” heeft, zich nog bij een baby moet ontwikkelen.

Je kunt je voorstellen dat als je een baby met zijn gezicht naar buiten draagt, dus met de rug tegen je buik, dat het draagsysteem de babyrug een beetje plat drukt en het halve bolletje effect tegen gaat. Draagdoekconsulten en kinderfysiotherapeuten raden het daarom af om met het gezicht naar buiten te dragen.

Vroeger droeg met baby’s ook nog wel eens liggend, omdat men bang was om het wervelkolom teveel te beschadigen met een rechtop houding. Maar in een liggende houding zien we vooral dat de knieën tegen elkaar worden aangeduwd en de zogenaamde kikkerhouding (= licht gespreid) niet mogelijk is. Daarnaast neemt de kans op vallen toeneemt en de doek is in zo een houding niet stevig aan te trekken om de baby heen. En “last but not least” in een liggende houding, heeft de baby vaak de kin op de borst en is het omsloten door stof. De flow van frisse lucht neemt af en belemmerd het vrij ademhalen met soms fatale gevolgen.

Kortom draag je baby het liefst rechtop tegen je aan, start met buik tegen buik als de baby klein is. Wordt hij te zwaar of wil hij meer zien, overweeg dan om te gaan dragen op de zijde en/of op de rug. De neksteun is dan veel minder nodig, wanneer een baby zelfstandig kan zitten.

Als je baby klein is zie je dat een goede kikkerhouding ervoor zorgt dat de baby zijn knieën bijna op zijn navelhoogte heeft. Bij grotere kinderen is dit ook niet meer nodig. Zij kunnen de knieën ook evenwijdig aan hun billen hebben en sommige vinden de stof tot in de knieholtes ook niet meer lekker zitten. De stof onder de billen steunt dan 2/3 van het bovenbeen.