Veilige babykamer

Een veilige kamer voor de allerkleinste

Een houten ledikantje moet splintervrij zijn, en stevig in elkaar zijn gezet. Schroeven zijn glad weggewerkt en het ledikantje heeft geen scherpe randjes.

Zorg dat je kind vanuit zijn bedje niet bij gevaarlijke dingen kan zoals een onbeveiligd stopcontact, het open raam, de verwarming of scherpe of hete voorwerpen die op een nachtkastje of dressoir naast het ledikantje liggen.

Plaats het bedje niet vlak naast de verwarming. Je kindje kan het te warm krijgen of zich eraan branden.

Zet het ledikant niet in de buurt van gordijnen, koorden of bedrading waarin je baby zich kan verstrikken.

Gebruik een babyfoon. Zo kun je altijd horen of er iets gebeurt dat niet de bedoeling is.

Hang een babymobiel niet te laag in het bedje; mobiels zijn om naar te kijken en niet om mee te spelen!

Kussens en knuffels: In het verleden zijn er kinderen gestikt in hun hoofdkussen of een knuffel dat in hun ledikantje lag. Leg geen kussen of knuffeldieren in het ledikantje. Pas als je kindje ongeveer 2,5 jaar oud is en naar een bedje verhuist, kun je een kussen gaan gebruiken.

Hemeltjes en klamboes: Losse materialen in en om een babybedje kunnen het gevaar voor verstikking met zich meebrengen, dit geldt voor koordjes maar ook dunne stoffen. Een klamboe moet dun zijn, om goed doorheen te kunnen ademen. Een klamboe of hemeltje moet altijd goed strak om het kinderbedje worden vastgemaakt, zodat je kindje het niet kan vastgrijpen en naar zich toe kan trekken. Een klamboe met een vierpunts-ophanging is daarvoor het best geschikt.

Let ook op het verschil in de dichtheid van het aantal gaatjes in de klamboe (de maaswijdte). In Nederland is een dichtheid van 150 gaatjes per inch (1 inch = 2,54 cm) voldoende. Bij hogere dichtheid vermindert de luchtventilatie.

Alternatieven om muggen te verjagen zijn muggenstekkers waar alleen citronella in zit of een hor voor het raam.

Een veilige kamer voor de wat oudere baby en peuter

Eén van de meest gebeurende ongelukken in de kinderkamer is uit bed vallen, vooral bij kindjes tussen de 6 maanden en 4 jaar. Een babyslaapzak kan dit bij jonge baby’s goed voorkomen, maar op latere leeftijd en bij vastberaden peuters helpen deze niet altijd meer. Je kunt dan een matras of opgevouwen dekbed naast het bedje leggen zodat je kindje niet op de harde vloer valt.

Zet de bodem op de laagste stand als het kind zonder hulp overeind kan komen of kan zitten.

Leg geen speelgoed in het bedje dat door je kind kan worden gebruikt als opstapje om uit bed te klimmen.

Bij veel bedjes is de bodem verstelbaar, je hoeft dan niet zo diep te bukken om je kind uit bed te halen of terug te leggen in bed. Tegen de tijd dat je kind kan zitten, zet je de bodem op de middelste stand. Kan de baby staan, dan moet de bodem op de laagste stand gezet worden, zodat ze niet uit bed kan vallen. In de laagste stand moet de afstand tot de bovenkant van het bedje minimaal 55 cm bedragen (gerekend vanaf de bovenkant van het matras). In de hoogste stand moet deze afstand nog minimaal 30 cm zijn.

Zorg er altijd voor dat je kind, zodra ze zelf uit het bedje kan komen, geen gevaar loopt als ze alleen door je huis gaat dwalen. Denk hierbij onder meer aan een traphekje en beveiligde stopcontacten,  let op met losse spullen in de badkamer en kasten die open kunnen.

Bind je kindje nooit met een tuigje vast om te voorkomen dat ze uit bed rolt of klimt. Een kind kan zich hierin vastdraaien en stikken.

Bij wat oudere kindjes zorg je voor een slot op de ramen in de kinderkamer, zodat de ramen niet verder dan op een kiertje open kunnen.

In de kinderkamer zou je kunnen kiezen voor kinderveilige wandcontactdozen. Duurder dan afdekplaatjes, maar wel het meest veilig.